Helpcentrum

Vraag Weergavelogica

Geen reacties

Je kunt weergavelogica gebruiken om enquêtes te creëren die zijn aangepast aan iedere respondent. Wanneer een specifieke vraag of antwoordkeuze alleen betrekking heeft op bepaalde respondenten, kan je deze voorwaardelijk verbergen op basis van eerdere antwoorden of metagegevens.Via weergavelogica kan je enquêtes maken die zich dynamisch aanpassen aan de antwoorden en gepersonaliseerde velden van je respondenten.

CSL voorwaarden

De weergavelogica wordt ingesteld met behulp van CSL. Een CSL-voorwaarde is een stelling die waar of onwaar is.

Hier is een eenvoudig voorbeeld dat true (waar) zal teruggeven:

{{eq 1 1}}

Vertaling: De ‘eq’ staat voor ‘equals’ (= is gelijk aan). In CSL, wordt de operator altijd eerst geplaatst. De andere twee items zijn de waarden die worden vergeleken, dus staat er ‘1 is gelijk aan 1’. Dan is dit waar.

Hier is een voorbeeld dat false (onwaar) zal teruggeven:

{{eq 1 2}}

Het stelt ‘1 is gelijk aan 2’. Dit is onwaar.

CSL condities kunnen gebruikt worden in logische operatoren, zoals ‘if’ (= als) stellingen en ze kunnen gebruikt worden in vraag-weergavelogica.

Bij vraag één bijvoorbeeld, wordt respondenten gevraagd hoeveel kinderen ze hebben. Later heb je een keuzevak met vragen waarin je hen vraagt naar hun favoriete bezigheden in het weekend. Een van de antwoordkeuzes is ‘kinderen meenemen naar het park’. Je wilt die antwoordkeuze natuurlijk niet tonen aan respondenten die geen kinderen hebben. Je zou dus de weergavelogica voor die antwoordkeuze instellen op ‘Verbergen als‘ en de volgende CSL-voorwaarde gebruiken:

{{eq respondent.questions.children_count 0}}

Vertaling: De ‘eq’ staat voor ‘equals’ (= is gelijk aan). Je zou hier ook andere operatoren kunnen gebruiken, zoals ‘gt’ (‘greater than’ = groter dan). De variabele in het midden verwijst naar de vraag van de kinderen met behulp van het gegevenslabel. Dus het zegt: Is het antwoord dat de respondent gaf over het aantal kinderen, gelijk aan 0?

Stappen

  1. Klik op de dropdown naast de vraag.
  2. Klik op Bewerken.
  3. Klik op het Weergavelogica tabblad.
    Afhankelijk van het vraagtype, kan je de logica instellen voor de volledige vraag, subvragen en antwoordkeuzes.
  4. Zoek naar het item dat je voorwaardelijk wilt verbergen en selecteer Verbergen als.
  5. Typ of plak in het tekstvak dat wordt weergegeven de CSL-voorwaarde die je wilt gebruiken om te bepalen of het item moet worden verborgen.
    Als de voorwaarde waar is, dan zal het item niet getoond worden aan de respondent.
Vraag Weergavelogica
Opgelet! De bronvraag moet op een voorgaande pagina staan. De voorwaarden worden slechts één keer gecontroleerd wanneer de pagina wordt geladen.

Examples

Als je Verbergen als kiest in de dropdowns op het weergavelogica tabblad, kan je deze voorbeeld voorwaarden gebruiken om te beginnen. Zie onze CSL-pagina voor meer operatoren. Zie onze CSL-enquête-variabelen pagina voor een lijst met variabelen die je kunt gebruiken.

VoorwaardeBescrhijving
{{respondent.questions.mijnlabel.answerChoices.1}}
Respondent heeft antwoordoptie 1 geselecteerd in de vraag met het gegevenslabel ‘mijnlabel’.
{{respondent.questions.mijnlabel.subQuestions.1.answerChoices.1}}
Respondent heeft antwoordoptie 1 geselecteerd in de eerste subvraag.
{{not respondent.questions.mijnlabel.answerChoices.1}}
Respondent heeft antwoordoptie 1 NIET geselecteerd in vraag 1.
{{ge survey.questions.mijnlabel.answerChoices.3.results.respondentCount 20}}
20 of meer respondenten hebben bij vraag 1 antwoordkeuze 3 gekozen.
{{and respondent.questions.mijnlabel.answerChoices.1
     (eq respondent.customfields.1 'test')}}
Combineer meerdere voorwaarden, door gebruik te maken van and (Alle voorwaarden moeten waar zijn).
{{or respondent.questions.myDataLabel.answerChoices.1
     respondent.questions.myDataLabel.answerChoices.7}}
Combineer meerdere voorwaarden, door gebruik te maken van or (Minstens 1 van de voorwaarden moet waar zijn).
{{not (or respondent.questions.mijnlabel.answerChoices.1
     respondent.questions.mijnlabel.answerChoices.7)}}
Wanneer een not wordt gebruikt, wordt elke term geëvalueerd als waar of onwaar en vervolgens uiteindelijk omgekeerd zodat waar onwaar wordt en onwaar waar.

Laten we kijken naar het laatste ‘not‘ voorbeeld hierboven en veronderstellen dat de respondent antwoordoptie 7 antwoordt. De vereenvoudigde code kan dan gezien worden als:

{{not (or false true)}}

De or is waar, omdat de respondent één van de twee antwoordopties geantwoord heeft. Men krijgt dus:

{{not (true)}}

De not zorgt er dus voor dat waar onwaar wordt:

{{false}}

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.