Helpcentrum

Gegeven antwoorden tonen in opvolgvragen via piping

Geen reacties

Dankzij piping kunt u gegeven antwoorden tonen in opvolgvragen. U verwerkt dus automatisch het antwoord van uw respondent in een opvolgvraag. Antwoordde die, bijvoorbeeld, ‘Batman’ op de vraag: “Wie is uw favoriete superheld?”, dan komt dat antwoord ook terug in de opvolgvraag: “Waarom is Batman uw favoriete superheld?”

Piping kan op 5 mogelijke manieren worden gebruikt:

 

Piping van vragen waarbij slechts 1 antwoord mogelijk is

 

Vraagtypes: één kiezen, vervolgkeuzelijst, grote en kleine tekstvakken, waarderingsschaal, Net Promoter ScoreSM, slider, datumkiezer

De basisvorm is piping waarbij het antwoord op een vraag getoond wordt. Dit kan een geselecteerde antwoordoptie zijn, maar ook het antwoord op een open vraag.

Wanneer er slechts 1 antwoordmogelijkheid is op een vraag, hoeft u niet te specifiëren welke antwoordoptie moet getoond worden.

De variabelen die u in dit geval gebruikt, zijn $$$Quest1$$$, $$$Quest2$$$, … . Het cijfer ‘1’ staat voor de eerste vraag, ‘2’ voor de tweede vraag, enz.

In de enquête wordt deze variabele vervangen door het antwoord gegeven op vraag 1, vraag 2, enz.

Bijvoorbeeld:

ingevulde vraag voor piping 

Bij het opstellen van de enquête zet u de variabele $$$Quest3$$$ op de plek waar het ingevulde antwoord moet getoond worden: “Welk genre is $$$Quest3$$$?

piping bij een vraag: voorbeeld in de praktijk

 

Piping van vragen waarbij meerdere antwoorden mogelijk zijn

 

Vraagtypes: meerdere kiezen, keuzelijst, lijst van tekstvakken, rangordeschaal

Bij vragen waarop een respondent meerdere antwoorden kan geven, moet u specifieker zijn en een specifieke antwoordoptie uit uw bronvraag laten terugkomen.

Hierbij hebt u twee mogelijkheden:

  1. De variabele $$$Questxy$$$ toont antwoordoptie ‘y’ uit vraag ‘x’.

    Stel dat u uw respondenten vraagt de drie sporten aan te duiden die ze het voorbije jaar het meest beoefent hebben. U noemt de 5 vaakst voorkomende sporten op, maar geeft ook een 6e optie “anders gelieve te specifiëren”. In dit tekstvak kunnen respondenten indien gewenst zelf een sport invullen.

    answer-piping-q-nl

    In een opvolgvraag peilt u naar de gemiddelde frequentie van deze sporten. U wilt natuurlijk ook de sport bij “Anders gelieve te specifiëren” meteen tonen en respondenten niet nog eens dezelfde sport laten invullen. U weet deze immers al. In dat geval gebruikt u de variabele $$$Quest1-6$$$. De ‘1’ staat voor de 1e vraag in uw enquête en de ‘6’ voor de 6e antwoordoptie in de lijst. Beide cijfers zijn gescheiden door een koppelteken (‘-‘).

    piping van antwoordopties met koppelteken

    In uw enquête zal op de plaats van de variabele de ingevulde sport uit vraag 1 getoond worden.

    Opgelet: Indien deze antwoordoptie niet wordt aangevinkt, wordt deze variabele door een blanco vervangen. Deze vorm van piping is dus enkel interessant als u zeker weet dat het antwoord gegeven werd.

    In combinatie met extractie – waarbij enkel die antwoordopties getoond worden die daadwerkelijk geselecteerd zijn – wordt deze vorm van piping heel vaak gebruikt.

  2. De variabele $$$Questx_y$$$ (let op het liggend streepje!) toont de yde geselecteerde antwoordoptie uit vraag x.

    Neem bijvoorbeeld onderstaande vraag waarin een respondent 3 antwoorden heeft gekozen:

    piping van antwoordopties met underscore

    U wil daarna een vraag stellen over deze 3 antwoorden, maar weet natuurlijk niet of dit de 1e antwoordoptie in de rij is of de 3e of de laatste.

    Met de variabelen $$$Quest5_1$$$, $$$Quest5_2$$$ en $$$Quest5_3$$$ toont u altijd de juiste 3 selecties van uw respondenten. In bovenstaande situatie geven deze respectievelijk “Frisdrank (gesuikerd), “Bier” en “Wijn”.

    answer-piping-a-underscore-nl

    (Vergelijk: $$$Quest5-1$$$, $$$Quest5-2$$$ en $$$Quest5-3$$$ zouden enkel de opties “Water”, “Frisdrank (gesuikerd)” en “Light frisdrank” tonen.)

    Opgelet: Ook hier geldt dat indien er geen 3 antwoorden werden gegeven op vraag 5, deze variabele door een blanco wordt vervangen.

     

 

Piping van de numerieke waarden van antwoordopties

 

Mogelijk voor alle vraagtypes, maar het vaakst gebruikt bij een waarderingsschaal

Bij het vraagtype “Waardeschaal” kunt u labels toevoegen aan elke schaalincrementie. U kunt het cijfer 1 bijvoorbeeld het label “zeer slecht” meegeven en het cijfer 10 “zeer goed”.

Gebruikt u vervolgens de variabele $$$Questx$$$, dan worden deze labels getoond in plaats van de onderliggende, numerieke, score.

Om toch de numerieke scores te tonen, gebruikt u in dit geval de variabele $$$QuestValuex$$$. De ‘x’ vervangt u door het vraagnummer.

U stelt bijvoorbeeld de volgende vraag:

piping van numerieke waarde - bronvraag

Aangezien dit de eerste vraag in uw enquête is, toont u met de variabele $$$QuestValue1$$$ het cijfer 1 tot en met 10, afhankelijk van welke optie de respondent precies kiest:

piping op basis van numerieke waarde - opvolgvraag

Met de variabele $$$Quest1$$$ zou het label “Zeer goed” getoond worden wat in dit geval niet wenselijk is.

 

Piping van matrix-vragen

 

Vraagtypes: alle matrix-vragen (categorie: “tabellen”)

Deze piping optie gebruikt een matrix-vraag als bronvraag.

Door een tilde (‘~‘) te plaatsen tussen het vraagnummer en de antwoordoptie, bepaalt u welke subvraag als basis wordt gebruikt. $$$Quest1~2$$$ toont bijvoorbeeld de geselecteerde antwoordoptie op de tweede subvraag in matrix-vraag 1.

Indien u enkel een specifieke antwoordoptie uit een matrix wil tonen, kunt u nog een niveau dieper gaan en $$$Quest1~2-3$$$ gebruiken.

De cijfers betekenen het volgende: het getal ‘1’ staat voor de eerste vraag in uw enquête, ‘2’ staat voor de tweede subvraag en ‘3’ staat voor de derde antwoordoptiekolom in de matrix.

Bijvoorbeeld: U onderzoekt het drinkgedrag van uw respondenten en vraagt hen het gemiddelde aantal glazen per week van bepaalde dranken aan te geven:

matrix-piping-q-nl

Nu wilt u weten waar mensen sterke dranken drinken. Uiteraard stelt u deze vraag enkel aan respondenten die sterke dranken gebruiken. Met behulp van vertakkingen of pagina weergavelogica laat u de volgende vraag enkel zien aan respondenten die minstens 1 glas per week drinken.

matrix-piping-a-nl

De variabele $$$Quest6~6$$$ verandert in het geselecteerde aantal glazen voor subvraag 6 van de matrix.

 

Piping van een query string

Deze vorm van piping toont geen antwoordoptie uit een bronvraag, maar een parameterwaarde uit de URL van de enquête.

Een woordje uitleg:

Query strings zijn de onderdelen in uw enquête URL die na het vraagteken ‘?’ komen. Elke nieuwe query string begint weer met een ampersand ‘&’. Wanneer u parameters gebruikt om vragen automatisch in te vullen, voegt u eigenlijk query strings toe aan uw enquête URL.

Om het exact te benoemen, de query string “&q1=1” bestaat uit de parameternaam “q1”, het gelijkheidsteken = en de parameterwaarde “1”.

In het kort hebben we:

  • een query string: &q1=1
  • met een parameternaam: q1
  • en een parameterwaarde: 1

Deze parameterwaarde kan een getal n zijn, dat dan de nde antwoordoptie aanduidt. De parameterwaarde kan ook een stuk tekst zijn dat dan ingevuld wordt in een open tekstveld.

Met de variabele $$$Quest1$$$ (i.e. piping van een vraag met 1 antwoordmogelijkheid) kunt u de waarde van deze eerste vraag tonen in latere vragen, op voorwaarde dat beide aparte pagina’s staan.

Maar wat als uw opvolgvraag op dezelfde pagina staat als deze eerste verborgen vraag? U wilt (of kunt) ze niet opsplitsen, want u wilt dat uw respondenten zo snel mogelijk kunnen beginnen met uw enquête, zonder dat ze al te vaak op “Volgende” moeten klikken.

In dat geval hebt u piping van een query string nodig.

Gebruik de variabele $$$QS-parameternaam$$$ om de parameterwaarde van die specifieke query string te tonen.

Bijvoorbeeld:
U wilt de tevredenheid van uw klanten meten vlak nadat zij contact hebben gehad met uw supportafdeling. Uw syteem registreert zowel de naam van de persoon die het ticket opgelost heeft als het ticketnummer. Opdat uw klanten meteen weten over welk support ticket uw enquête gaat, wilt u deze informatie als introductie toevoegen.

Voeg de query strings “&q1=[ticketid]” en “&q2=[agentnaam]” toe aan de enquête URL. Gebruik daarna de variabelen $$$QS-q1$$$ en $$$QS-q2$$$ in uw enquête om deze gegevens uit de URL te tonen, ook op de eerste pagina waar deze verborgen vragen 1 en 2 zich bevinden.

variabelen voor piping op basis van query string

In de enquête zelf ziet dit er als volgt uit:

voorbeeld van piping gebaseerd op een query string

Zo heeft u de informatie in uw rapportage dankzij de verborgen vragen (wat betekent dat alle filtermogelijkheden en grafieken hiervoor beschikbaar zijn). En voor uw respondenten is het duidelijk over welk support ticket de vraag gaat wat de kwaliteit van het antwoord ten goede komt.

De parameter zelf kan gelijk welke informatie bevatten. U kunt uw eigen variabelen creëren vanuit uw database of 3rd party systeem en deze aan de URL toevoegen (we leggen zelf een voorbeeld voor Zendesk uit in onze Kennisbank). HTML en JavaScript zijn niet toegestaan.

Zorg ervoor dat u uw parameterwaarde UrlEncodeert aangezien u deze aan de enquête URL toevoegt.

 

Opgelet: Piping maakt uw bevragingen weliswaar een stuk aantrekkelijker en gebruiksvriendelijker voor uw respondenten, maar het kan de analyse van de gegeven antwoorden ook complexer maken. In uw rapporten zal nl. steeds de variabele zelf getoond worden en niet de specifieke waarde erachter daar die voor elke respondent verschillend kan zijn. Met behulp van de filters in het rapport met grafieken kunt u uiteraard steeds terugvinden waar elke piping variabele voor stond.

 

Klik hier voor een voorbeeld van piping in een live enquête

 

Net Promoter en NPS zijn gedeponeerde handelsmerken, en Net Promoter Score en Net Promoter System zijn handelsmerken van Bain & Company, Inc., Satmetrix Systems, Inc. en Fred Reichheld.

 

Gerelateerde artikels

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.